Eigenlijk wilde ik vandaag de hele dag aan de infinity-pool maar het kwam zo uit. Bus stond voor m’n neus en vertrok binnen vijf minuten.

Doen of niet? Doen! Boem!
Volgens toeristen die ik er op het busstation naar vroeg (bleken Amsterdammers) moet je een taxi nemen voor 2000 baht en dan heb je ‘m de hele ochtend of middag voor jezelf. Dan brengt ‘ie je naar Hall of Opium en naar Drielandenpunt. Maar ik vind een privé-taxi lang niet zo leuk als een lokale bus.
Denk ik.
Volgens Apple Maps duurt de reis naar Chiang Saen ruim een uur maar hij stopt natuurlijk overal dus kan best een paar uur worden? Ik zie wel!

Ik heb wél de lachers op m’n hand hier. Op het laatste moment komt er namelijk iemand aanzetten in de inmiddels volle bus met twee struiken rozen… en die worden naast mij geparkeerd.
“Thank you” zeg ik en de kaartjesverkoopster moet er hard om lachen. “Thank you!” herhaalt ze luidkeels gevolgd door een hoop Thais waar mede-passagiers vrolijk op reageren.

Kaartje gekocht voor 50 baht, naar ik begreep voor heen en terug maar ik krijg geen vervoersbewijs. Als ik erom vraag lijkt dat niet mogelijk maar de buschauffeur wordt erop geattendeerd dat ik mee terug wil. Via de binnenspiegel knikt ‘ie me lachend toe en ik knik ook en lach terug. Komt vast goed!
Vertrokken om 10:00 sharp, exact volgens dienstregeling. Kan onze NS nog wat van leren!
Aangekomen om 11:50 en om 13:30 gaat de bus alweer terug, zo vertelt de buschauffeur. Althans: zo begrijp ik het. Weinig tijd dus!

Een tuk-tuk biedt me aan voor 400 baht (11 euro) op en neer te rijden én op me te wachten bij Hall of Opium. Deal! Het is een dik kwartier rijden, blijkt. Leuk tochtje!
Erg interessant museum en opium moet je niet aan beginnen want dan loopt het slecht met je af. Drielandenpunt blijkt Tweelandenpunt, het derde land is een stuk verderop. Ook goed, mooi uitzicht over de Mekong, de langste rivier ter wereld.









Zin in zwembad en geen zin om verder te schrijven aan dit lange verhaal!
Doei!
